
Heerlijk weer, heerlijke artiesten en een heerlijk publiek
Een heerlijke dag, zo laat de derde editie van The Hague African Festival zich samenvatten. Heerlijk weer, heerlijke artiesten en een heerlijk publiek, waaronder weer heel erg veel kinderen: het festival is vrijwel zonder enige wanklank verlopen. Sterker nog; in muzikaal opzicht was er sprake van hoogtepunt na hoogtepunt. Volgend jaar vindt de vierde editie van The Hague African Festival waarschijnlijk plaats op zaterdag 30 juni en zondag 1 juli. U leest het goed: we gaan er alles aan doen om naar een tweedaags evenement toe te groeien!
Na afloop was iedereen opvallend eensgezind in zijn of haar mening: in drie jaar tijd is The Hague African Festival uitgegroeid tot een volwassen evenement met goede toekomstvooruitzichten. Natuurlijk ging er wel iets mis dit jaar. De deuren gingen later dan gepland open, maar dat had te maken met extra veiligheidseisen. En bij het concert van Geoffrey Oryema ging het technisch een paar keer een beetje – maar ook niet meer dan dat - mis. Gelukkig liep Oryema himself na afloop stralend over het festivalterrein. Hij was erg blij met zijn debuutconcert in Nederland, en hoopt nog vaak terug te komen.
Ook de meeste reacties van u, ons geacht publiek, waren positief. Klachten waren er ook, bijvoorbeeld dat je een in/uitbandje voor één euro moest kopen. Tja, wat kunnen we hierover vertellen?. De in/uitservice is op de meeste festivals minstens vijf maal zo duur, als er al een mogelijkheid is om in/uit te blijven lopen.
Volgend jaar zullen er ook extra eetgelegenheden zijn. Doordat wegens omstandigheden helaas een restaurant op de avond voor het festival uitviel, verhoogde dit de druk op de overige twee restaurants, waarvan er eentje nog een extra opdrachtgever bij had, en de catering van het Heineken VIP-paviljoen moest verzorgen.
Excuses voor de lange wachttijden die dit alles tot gevolg had. We kunnen u nu alvast beterschap beloven. Waar we wel duidelijk over moeten zijn: er waren nogal wat bezoekers boos dat zij hun koelboxen en grote tassen vol met eten en drinken niet mee naar binnen mochten nemen.
ARTIESTEN
Eerlijk is eerlijk, als je aan een festival werkt, heb je bij sommige artiesten grotere verwachtingen dan bij andere. Festivaldirecteur George Duncan had zijn favoriete bandjes en artiesten, maar ook event manager Ricardo Lemmer, productiemanager Julius Douwes en artistiek coördinateur Eric van ’t Groenewout hadden hun voorkeuren en verwachtingen.
Hoe verschillend die ook waren, één ding is zeker: als je hen had gevraagd of Wasifu op dit festival een ‘doorbraakconcert’ zou geven, hadden ze geantwoord: ‘dat zou mooi zijn’, maar dat het ook daadwerkelijk zou gebeuren, had geen van hen – op Ricardo Lemmer na - durven te voorspellen, ook al gaven ze bij de persconferentie in Culturalis op 5 juni j.l. een superconcert.
Het was mooi. Het was meer dan mooi… Het was onwaarschijnlijk hoe sterk Wasifu zich manifesteerde: Nederland heeft er een potentiële topformatie bij. Deze jonge jongens uit Den Haag en Rotterdam achten wij in staat om binnen twee jaar op de meeste belangrijke festivals te staan.
En zo was het ook bij SMOD. Achter de schermen is druk overlegd: SMOD wel, SMOD niet, maar er werd voet bij stuk gehouden. SMOD moest en zou komen, en tegen zoveel enthousiasme en vasthoudendheid kon ook de laatste scepticus binnen de organisatie niet op, en terecht: deze formatie zette het festival in vuur en vlam.
Misschien is dat de grote winst die dit jaar is gemaakt. Er is gekozen, waarbij ook de samenhang tussen de acts een belangrijke rol speelde. Dobet Gnahoré, SMOD, Geoffrey Oryema en Bombino stonden niet zomaar op het affiche. En hoewel de meesten van u, niet alle artiesten kenden, bent u toch naar het festival gekomen. Dank voor uw vertrouwen, we hopen het niet te hebben beschaamd.
Tot het optreden van SMOD, was het festival een gezellig feest in de zon. Kleurrijke stands, lekker eten, goede concerten van Wasifu en Dobet Gnahoré, die al heel vroeg vele honderden mensen voor het podium wist te krijgen. En toen kwam SMOD; twee jongens die zingen en dansen, een jongen die gitaar speelt (de zoon van Amadou & Mariam) en zingt, en een DJ met draaitafel en laptop.
De vonk sloeg over, waardoor de aard van de concerten opeens ook veranderde. De energie van SMOD had een elektrificerend effect op Geoffrey Oryema en Bombino. Hun sets speelden ze in overdrive. Praten bleef beperkt, en beide acts sloten hun set een kwartiertje eerder af dan gepland, waardoor er na Bombino een gat van een half uur was.
Na ampel beraad werd besloten om Wasifu – de jongens stonden te trappelen – een extra set te laten spelen, en wat er toen gebeurde, laat zich in één woord samenvatten: magie! Na jarenlang oefenen op studentenkamers en in keldertjes, met als hoogtepunten tot dusverre een concert op de persconferentie van The Hague African Festival, liet Wasifu zich meevoeren door de goede sfeer, mede veroorzaakt door het backstage binnensmokkelen van een legioen enthousiaste fans...
De goede sfeer werd overigens de gehele dag door ook in de hand gewerkt door presentator Ikenna Azuike van onze onvolprezen mediapartner Radio Nederland Wereldomroep / Radio Netherlands Worldwide (volg hun website; de concerten op THAF 2011 worden later uitgezonden door RNW), de DJ’s van This Is Africa en onze huis-DJ Erick. Zoveel goede sfeermakers: geen wonder dat de zon zich uitbundig liet zien.
WERRA
Over Werra’s concert kunnen we kort zijn. “De Elvis Presley van Congo”, “de Koning van het Woud” en de schutspatroon van de straatkinderen van Kinshasa, de ‘Primus inter pares” kwam, zag en overwon met zijn explosieve dansmuziek. De man – in Michael Jackson-achtige outfit - had nog wel een uur willen doorgaan: Werra had het zichtbaar naar zijn zin op het festival, waar hij eerder de dag als een vorst werd onthaald in het Heineken Paviljoen. Dit paviljoen was helemaal aangekleed met Afrikaanse reclame-uitingen voor biermerken als Turbo King, Gulder, Star en Primus. Werra is voor dit laatste merk het uithangbord in Congo, en sinds hij zich als boegbeeld van Primus manifesteert, inclusief concerten voor soms meer dan 100.000 bezoekers, is het marktaandeel van Primus gestegen van 32 tot 75%. In dit opzicht is Werra, die ook nog eens door de Verenigde Naties is aangesteld als ambassadeur voor de vrede, de best scorende artiest allertijden. Vooraf aan het optreden dronk Werra overigens uitsluitend frisdrank.
The African Village
Een belangrijk onderdeel van ons festival is The African Village, waar discussies en presentaties plaatsvinden over tal van relevante onderwerpen, waarbij dit jaar veel Young African Professionals (geen yuppen maar yappen) het woord voerden over de mogelijkheden die zij voor zichzelf zagen, om vanuit hun positie in het westen, in de diaspora, bij te dragen aan een goede toekomst voor Afrika. De organisatie van The African Village lag grotendeels in handen van Samuel Waterberg. Hij is erin geslaagd een pakkend programma samen te stellen, waaraan enthousiast werd meegewerkt.
Een ander gespreksonderwerp behelsde de recente ontwikkelingen op het vlak van ontwikkelingssamenwerking, en hoe die doorwerken in het functioneren van bijvoorbeeld migrantenorganisaties.
Kids’ Corner
Martijn en zijn mensen hebben er voor veel kinderen een onvergetelijke dag van weten te maken. Schminken, percussie-workshops, voetballen, tekenen, dansen: er werd vanalles georganiseerd, en het was leuk om te zien, dat heel veel ouders erbij bleven staan en soms ook meehielpen. Dank ook aan McDonalds voor het sturen van Ronald McDonald, en voor het feit dat wij in de dagen voor het evenement in een tweetal filialen, reclame voor het festival hebben mogen maken. Hopelijk markeert dit goede begin, een langdurige samenwerking.
Vrijwilligers
The Hague African Festival was niet mogelijk geweest door de inzet van tientallen vrijwilligers. Dit jaar waren er erg veel medewerkers van ABN-AMRO, die op alle plekken van het festival werden ingezet, en prominent aanwezig waren om artiesten en crew van heerlijk eten en drinken te voorzien in de backstage-eetgelegenheid die door Resto van Harte werd gerund (dank Ben!). Het is fijn dat een bank van dit formaat, zo actief betrokken is bij het welslagen van een cultureel evenement.
De kleinste wielerkoers of meest onbeduidend dartstoernooitje, komt tegenwoordig live op televisie, en is daardoor schijnbaar interessant voor adverteerders. Die exposure hebben wij nog niet, maar geloof ons: het gaat komen.
Niet alleen waren er vrijwilligers voor ons aan de slag. Responsible Young Drivers en War Child drijven evenzeer op de onbaatzuchtige en gepassioneerde inzet van (jonge!) vrijwilligers, die zich in de brandende zon urenlang hebben ingezet voor een belangrijk doel. Echt topklasse!



















